Ingebruikname
Deze handleiding beschrijft de gebruikelijke ingebruikname van een MIYO Cube-systeem (starterset of Cube + sensor + ventiel).
Wat je nodig hebt
- MIYO-app (iOS / Android; demomodus om de functies uit te proberen beschikbaar)
- Cube met LAN-aansluiting en internettoegang
- sensor of ventiel(en)
- wateraansluiting en tuinslang met passende aansluiting (snelkoppeling of 3/4"-schroefdraad, afhankelijk van het ventiel)
- Optioneel: waterfilter vóór het ventiel
1. App installeren
Download de MIYO-app uit de App Store of Google Play Store en maak een account aan. In de demomodus kun je functies zoals tuin aanmaken, weer, apparatenbeheer en handmatige bewatering vrijblijvend leren kennen.
2. Cube verbinden en tuin aanmaken
- Verbind de Cube met stroom en LAN. Na korte tijd zouden alle 3 de leds op de Cube moeten branden.
- Druk op de witte Pairing-knop op de Cube.
- Maak in de app een nieuwe tuin aan, scan daarbij de QR-code aan de onderkant van de Cube en volg de installatiewizard.
- Maak een tuin aan en stel de locatie (onder andere belangrijk voor weersverwachtingen, evapotranspiratie en toegestane radiofrequenties) en de naam in.
- In de volgende stappen word je begeleid bij het configureren van je eerste bewateringskring.

3. Sensor installeren
- Houd de magneet 2–3 seconden boven tegen het rechterzijvlak van de sensor totdat de led op het apparaat begint te knipperen.
- Zoek in de app in het gewenste bewateringsgebied naar de sensor.
- Plaats de sensor zo dat de zonnecel voldoende licht krijgt.
- Plaats de meetstaaf in het wortelgebied van de representatieve planten – doorgaans op ongeveer 10 cm diepte.

4. Ventiel installeren
- Houd de magneet 2–3 seconden boven tegen het rechterzijvlak van het ventiel totdat de led op het apparaat begint te knipperen.
- Zoek in de app in het gewenste bewateringsgebied naar het ventiel.
- Monteer het ventiel op de wateraansluiting (snelkoppeling of 3/4"-schroefdraad, afhankelijk van het model).
- Verbind de uitgang met een sproeier, druppelslang, verzonken sproeier of ander systeem.
- Richt het ventiel zo uit dat de zonnecel voldoende licht krijgt.
Tip: Een filter vóór het ventiel beschermt tegen deeltjes en verlengt de levensduur.

5. Bewateringszones configureren
In de app:
- Wijs de sensor en het ventiel/de ventielen toe aan een zone / een bewateringsgebied
- Stel het bodem- en planttype of de gewenste vochtigheidsparameters in
- Kies de bewateringsmodus (handmatig, tijdvenster, MIYO-modus – zie App en bewatering)
- Controleer de maximale bewateringstijden en beschermingsregels (bijvoorbeeld bij regenverwachting)
Radiobereik en locatie
- Cube-serie: ongeveer 100–200 m buitenshuis; muren, metaal en dichte begroeiing kunnen het bereik sterk beperken.
- Plaats de Cube zo centraal mogelijk en met een vrije radiolijn naar de tuin.
- Gebruik sensoren en ventielen niet in permanent donkere, natte of extreem schaduwrijke hoeken zonder opbrengst van zonne-energie.
LoRaWAN-serie (kort overzicht)
Bij de LoRaWAN-serie vervalt de Cube als lokaal radiocentrum:
- Kies een LoRaWAN-netwerk (MIYO-netwerk met eigen gateway, The Things Network of een ander ondersteund netwerk).
- Configureer de gateway indien nodig als Packet Forwarder en registreer deze in de app.
- Voeg apparaten via de QR-code toe in de app – de netwerkregistratie gebeurt grotendeels automatisch.
- Stel zones in en bedien de bewatering in de app (bij LoRaWAN momenteel handmatig of tijdgestuurd; de volledige automatische logica van de Cube-serie wordt stapsgewijs toegevoegd).
Meer informatie vind je in het gedeelte LoRaWAN.
Support
Bij problemen tijdens de installatie: support@miyo.garden
